Het is al laat en ondanks haar vermoeidheid komt Rifka niet in slaap. De tatami waar ze op ligt is plat. Het felle tl-licht van de gang dringt door de schuifdeuren met rijstpapier. Ze probeert vast te stellen of ze degene in de kamer naast haar kan horen ademen, maar realiseert zich dat het haar eigen versnelde ademhaling is die ze hoort. In het donker verrijst onzichtbaar Mount Fuji. Rifka draait zich op en knijpt haar ogen stijf op elkaar.
Voor haar geestesoog verschijnt het tempeltangram dat haar de nacht voor vertrek had getergd. De laatste opgave in het boekje bleek het venijn in de staart. Meer dan drie uur voorovergebogen aan de keukentafel, schuiven tot de blokken gekleurde strepen begonnen achter te laten. Toen wikkelde ze het doosje in het blauwe motieffiguur en legde het bovenop de kleding in haar backpack.
Morgen gaat ze kennismaken met Matsu Yamamoto.
De lucht voelt fris aan als Rifka de ochtend erop door de straten van Narusawa loopt. Haar backpack heeft ze achtergelaten in de ryokan, in haar binnenzak voelt ze het tangramdoosje. Waar ben je, Matsu?
Even is ze bang dat ze te ver is doorgelopen, maar dan ziet ze een winkeltje waar aan de voorzijde een aantal kruiwagens vol houtblokken staan. Aan een snoer hangen houten windgongs van verschillend formaat. Aan de zijkant van de winkel, die niet meer dan een bouwsel van golfplaten is, liggen hele boomstammen opgestapeld. Uit een hogere loods daarachter zou je het geluid van een cirkelzaag verwachten, maar behalve de fluisterende gongs is het stil.
Rifka duwt zware plastic koelcel-flappen opzij en staat dan in het donker. Een sterke beitslucht komt haar tegemoet. Ze knippert met haar ogen en dan ziet ze in de hoek van het zaakje een gestalte staan. De gestalte is grotendeels in het wit gekleed en staart haar roerloos aan.
‘Mr. Yamamoto?’
De gedaante beweegt niet.
‘Matsu?’ probeert Rifka dan.
Nu doet de man een stap naar voren. Hij zet het houten kistje dat hij aan het oppoetsen was op de plank achter hem en maakt een nauwelijks merkbare buiging.
Rifka, die niet onbeleefd wil overkomen door het tangramdoosje direct op de toonbank te smijten, knikt naar hem en vraagt: ‘Did you make all of these wooden objects yourself?’
‘Yes, we make it…’ hij gebaart naar een plek achter hem. De werkplaats. ‘All local forests. Kawaguchi.’
Rifka kijkt om zich heen, op zoek naar vergelijkbare tangramdoosjes. Maar ze ziet alleen kistjes, beeldjes, meer windgongs. Geen tangramsets. Voorzichtig pakt ze het pakketje uit haar binnenzak. Ze legt het op de toonbank.
‘No returns.’
Zijn stem klinkt vriendelijk, maar kordaat.
‘I don’t want any money back.’ Rifka pelt het cadeaupapier van het doosje. ‘My friend bought this here, for me, but I don’t want it anymore. I am… done.’
Nog voor ze zich kan realiseren wat er gebeurt, slaat de hele sfeer om. Ze heeft Matsu niet zien bewegen, maar hij staat zo dichtbij dat de muffe geur die uit zijn gewaad wasemt in haar neus dringt. Zijn ogen zijn wijd opengesperd, zijn vinger uitgestrekt naar het tangramsetje.
‘Where did you get this?’
‘I told you, my friend, she –’
‘Take it.’
‘But…’
‘TAKE IT.’
‘This does not come from Kawaguchi, does it?’ zegt Rifka, terwijl ze Matsu indringend aankijkt. Haar ogen branden van vermoeidheid, maar ze mag niet buigen. Niet nu.
Matsu staart naar de toonbank. Hij houdt zijn ogen strak op het tangram gericht, vastbesloten het niet uit het oog te verliezen.
‘Give it back to the yurei. In the other forest.’
Even wil Rifka het op een lopen zetten, weg van deze plek, waar alle houten poppen haar lijken aan te staren. Weg van de beitsgeur. Weg van deze verwilderde Japanner. Dan wint compassie het. Ze ziet iets in Matsu’s blik dat ze herkent uit de spiegel – de mengeling van vermoeidheid en angst. De angst om alle regie te verliezen.
Het mos onder haar schoenen veert. Achter zich hoort ze het verkeersgeruis op de provinciale weg. De bewoonde wereld is nog dichtbij. Voor haar rijst een zee aan bomen op. De lucht is vochtig en fris, het is een ideale dag voor een wandeling. De perfecte dag om gewoon de zoveelste toerist in Japan te zijn en zich te verwonderen.
In de verte ziet Rifka een rotswand opdoemen met daarin een uitsparing. In de uitsparing brandt een kaarsje, die iets gekleurds verlicht. Ze knijpt haar ogen samen, maar ziet niet wat het is. Ze versnelt haar pas, klemt haar hand om de tangramset in haar jaszak.
Als ze dichterbij komt, ziet ze dat het een klein altaar is, zoals je die veel tegenkomt in huizen of langs wegen. Een miniatuurtempel waar wandelaars bloemen en kralen bij hebben achtergelaten. Er moet vandaag al iemand zijn langs geweest om het waxinelichtje aan te steken.
Ze haalt de houten blokjes uit haar zak. De laatst gelegde vorm lijkt in het geheugen van het hout te zitten, want in slechts een paar seconden heeft Rifka de tempel gelegd. De blokken zijn terug op hun plek van oorsprong, weer van de natuur. Glimlachend buigt Rifka naar het altaartje en keert het dan de rug toe.
In de verte meent ze het geruis van een waterval te horen. Het is een perfecte dag voor een wandeling. Ze is in Japan en dit is haar Grote Reis. Ze kijkt om en ziet Mount Fuji verrijzen.
Het zwarte bord langs het pad is aan haar aandacht ontsnapt. Als ze er niet zo op gebrand was geweest om zich te ontdoen van Sarie’s cadeau, had ze kunnen lezen:
Do not let the yurei convince you to go beyond this point. Your life is important. You matter.
augustus 2025


Plaats een reactie