Het genootschap (2)

Achter me rijst de hoteldirecteur op. Ik kom hem al jaren tegen op feestjes van gemeenschappelijke vrienden, maar tot recentelijk hadden we geen woord met elkaar gewisseld. Een beer van een vent, halverwege de vijftig, vriendelijk en rustig. Toen ik ontdekte dat hij de eigenaar was van een hotel, verbaasde me dat in eerste instantie. Het leek me geen horeca-type, geen joviale allemansvriend wiens grootste hobby het is het anderen naar de zin te maken. Maar misschien had hij daar anderen voor – en was hij het stille brein achter Boschlust. Toen ik hem vertelde dat ik gebukt ging onder een writer’s block, had hij geen seconde geaarzeld en me een kamer met korting aangeboden.
‘Bastiaan! Je laat me schrikken, man. Leuk gezelschap heb je hier vanavond. Komen ze altijd in van die ouderwetse kleding, of wisselt dat?’
Ik kijk in het gezicht van een vreemde. Althans: het is Bastiaan wel, maar zo heb ik hem nog nooit meegemaakt. Zijn kaken staan strak, zijn neusgaten zijn wijd opengesperd. Zijn hand knijpt bijna door mijn schouder.
‘Bastiaan, kerel, je grip mag wat losser,’ zeg ik, half grappend nog
‘Erik, luister naar me.’ Hij heeft zijn mond naar mijn oor gebracht en praat op fluistertoon. ‘Geen geintjes nu. Ik wil dat je nu naar je kamer loopt, je spullen pakt en vertrekt. Je mag hier vanavond onder geen beding slapen, hoor je me?’
Ik moet hem niet-begrijpend hebben aangekeken, want hij pakt me nu met beide handen beet en verstevigt zijn grip.
‘Deze avond is voor het Genootschap en voor het Genootschap alleen. Vanavond is het hotel van hen.’

Net als ieder zichzelf respecterend hotel, claimt ook Boschlust dat het er spookt. In het oude gedeelte van het hotel, boven het restaurant, zijn voornamelijk op de eerste verdiepingen veel verschijningen ‘gespot’. Het vaakst wordt er door gasten melding gedaan van dichtslaande deuren. Op deze verdieping is ook meermaals de gedaante van een oude man gezien. Het schijnt dat hij in Boschlust overleed aan de vooravond van zijn huwelijk.

Het meest hardnekkige gerucht over dit hotel is dat van het Genootschap. Boschlust zou op één avond per jaar – op wisselende data – geen gasten ontvangen om het Genootschap te kunnen ontvangen. Naar verluidt bestaat dat genootschap uit de overleden zielen die begraven liggen op Bosrust, tegenover het hotel. Zij zouden één avond per jaar opstaan uit hun graven en zich vrij kunnen bewegen. Ze keren jaarlijks terug naar het restaurant van Boschlust voor hun feest. Wie niet op de gastenlijst staat en zich toch mengt onder het Genootschap, zal, zo wil de legende, de zon niet zien opkomen.
Dit verhaal over het Genootschap lijkt echter sterk te leunen op meer universele verhalen over de doden die rond Allerheiligen/Allerzielen terugkeerden op aarde. Halloween (All Hallow’s Eve) is hiervan een afgeleide en gaat terug op een oud Keltisch festival, Samhain. Anders aan Boschlust is dat deze ‘avond van de doden’ niet altijd op dezelfde avond in het jaar zou plaatsvinden.

Ik klik de website weg en gluur tussen de gordijnen door. Het hek naar Bosrust is gesloten, mijn auto staat te slapen als een blikken dier. Online praat iedereen elkaar na – de oude man en het Genootschap worden steevast genoemd. Maar waarom de leden uitgerekend het hotel uitkiezen om hun ene vrije avond per jaar door te brengen? Zouden ze niet liever hun geliefden opzoeken in plaats van bij elkaar te blijven – net als de rest van het jaar, ieder keurig in zijn vakje op de begraafplaats?
Spoken maken onderdeel uit van de hotelfolklore, voor sommige gasten is het misschien zelfs een extra aanbeveling als ergens een geest rondwaart. Zo’n legende over een groep dooien die Boschlust gebruikt als clubhuis is een prima marketingstunt, dacht ik. Het zou me niets verbazen als de geruchten actief gevoed worden door het hotel zelf. Bastiaan lijkt me niet direct iemand die aan zoiets mee zou doen, maar veel van de verhalen over Boschlust die ik online had gevonden waren jaren oud. En Bastiaan stond pas een paar jaar aan het roer van het hotel.
Maar hoe goed ken ik Bastiaan nu eigenlijk? Was er niet gewoon een themafeestje gaande beneden en had Bastiaan besloten zijn enige gast de stuipen op het lijf te jagen? Toegegeven: zo’n oud hotel leende zich prima voor dit soort geintjes. De reden dat het verder zo rustig was in het hotel, was natuurlijk dat alle feestgangers die avond zouden blijven slapen. Ze waren vast afgezet door touringcars, die ze morgen ook weer zou ophalen. Zoiets moest het zijn.
Ik drink mijn laatste slok koffie en open het gevreesde Word-bestand. Niemand weet dat ik hier nog in mijn hotelkamer zit. De gordijnen zijn gesloten, mijn kamerdeur is op slot – vanavond ga ik nergens meer heen. Dit is de avond dat mijn boek af komt. Ik neurie Hotel California en begin aan mijn laatste hoofdstuk.

Het is bijna ochtend als ik een mail begin te typen aan Willem. Manuscript! AF! Ik kijk naar het kopjeskerkhof naast mijn toetsenbord en zie het keurig opgemaakte bed. Mijn ogen branden van vermoeidheid, maar ik heb een licht gevoel. Vandaag zie ik Vera weer en hoef ik niet halverwege mijn auto te keren.
Ik schuif een van de gordijnen een stuk opzij, boven het bos is flauw licht zichtbaar. En in dat flauwe licht zie ik een optocht van keurig geklede figuren die in een rechte lijn naar Bosrust wandelen. Helemaal achteraan zie ik een rank figuur in een lichtgroene jurk. Alsof ze voelt dat ik naar haar kijk, draait ze haar hoofd met een ruk om. Ik duik weg achter het gordijn, mijn hart klopt als een bezetene.

Het kan nooit lang meer duren voor de zon opkomt, dan is deze nacht en deze schrijfnachtmerrie eindelijk voorbij.

Ik gooi een plens water in mijn gezicht, prop mijn laptop in mijn tas en draai de sleutel om. Als ik de deur open, komt een zwaar parfum me tegemoet gewalmd. Ik kijk recht in de ogen van de bleke dame in het lichtgroen. Ze glimlacht verdrietig en zegt: ‘Het spijt me, maar zo’n kans krijg ik niet iedere dag. Jij moet mijn plaats innemen.’

Of Erik Meesters roman net zo’n succes zou zijn geworden als hij was blijven leven, zullen we nooit weten.


Eén reactie op “Het genootschap (2)”

  1. Een prachtig vervolg. Ga zo door.

    Like

Geef een reactie op Hans Reactie annuleren